KEIZERAMAZONE

Amazona imperialis Richmond, 1899

 

Verspreidingsgebied: Dominica, behorend tot de Kleine Antillen.

 

Soortbeschrijving

Formaat tussen 45 en 48 cm.

Man en pop: de algemene lichaamskleur is op het rug- , vleugeldek, flanken en dijen glanzend groen, de afzonderlijke veertjes van mantel, rug, stuit en het bovenstaartdek tonen een ragfijn dof zwart zoompje; de groene veertjes van de flanken en dijen tonen groenblauwe tippen. Het voorhoofd is donkerwijnrood met een blauwachtige gloed, elk veertje toont een ragfijne zwarte omzoming. De oorstreek is roodbruin. Omgeving van de ogen groenblauw met een violette zweem. De veren van de wangen zijn violetbruin met ragfijne zwarte omzomingen. De teugels zijn kastanjekleurig met een violette zweem, de wangen violetbruin met smalle zwarte veerranden.

De veertjes van het schedeldek zijn aan de basis roodbruin, overgaand in groenachtig blauw en aan de uiteinden zwartachtig omzoomd. De achterkop is donkerblauw, de nek heeft meer een blauwachtig kleur, de veertjes van beide veervelden tonen eveneens een ragfijne zwartachtige omzoming. Kin, keel, borst en buik zijn donkerwijnrood, de afzonderlijke veertjes tonen een blauwachtig zwarte omzoming.

De handwortelzoom is scharlakenrood. De handpennen zijn aan de basis groen, in het midden mat violetblauw en aan de uiteinden bruin; de armpennen aan de basis groen overgaand in violetblauw; over de basis van de buitenste armpennen loopt een kastanjebruine dwarsband die tezamen een vleugelspiegel vormen. De ondervleugeldekveren zijn groen met blauwe tippen, de onderzijde van de slagpennen is groen. De middelste staartpennen zijn aan de basis groen overgoten, in het midden donkerroodbruin en aan de uiteinden groenachtig blauw. De zijdelinkse staartpennen zijn eveneens aan de basis groen overgoten verder donkerbruinrood  en groen overgoten. De onderstaartdekveren zijn olijfgroenachtig getint met mat groenblauwe tippen. De bovensnavel is donkergrijs, aan de basis beduidend lichter getint, ondersnavel donkergrijs hoornkleurig; de neusdop is grijs. De oogkleur is nagenoeg zwart, de oogiris  varieert van geel tot oranjerood; om het oog loopt een onbevederde grijze ring. De poten zijn  blauwachtig grijs, de nagels grijszwart.

 

Biotoop

De keizeramazone is een bewoner van het primaire relatief koele, vochtige, regenwoud tegen de vaak extreem steile berghellingen van het Morne Diablotin National Park in het noorden van het eiland en meer zuidelijk in het Morne Trois Pitons National Park. De vogels leven op hoogten tussen 600 en 1100 m. Bij een tekort aan voedsel echter dalen ze af naar lager gelegende valleien van rond de 300 en 500 m, soms worden ze zelfs tussen de 150 tot 300 m aangetroffen. De vogels houden zich bij voorkeur op onder het dichte bladerdak van de hoge altijd groenblijvende woudreuzen.

 

Status wildpopulatie

De keizeramazone is veruit een van ’s werelds zeldzaamste amazonepapegaaien. Het grootste deel van de populatie leeft in het noorden van Dominica, een zeer beperkte populatie bevindt zich in het zuiden van het eiland. De gestage vermindering van het aantal keizeramazones, heeft diverse oorzaken.

Ontbossing ten behoeve van de aanleg van akkerland vooral bananenplantages, is de grootste directe factor voor de achteruitgang van de soort. Men  schat dat in de tachtiger jaren van de vorige eeuw door ingrepen van de mens meer regenwoud verloren is gegaan dan in de 1000 jaar daaraan  voorafgaand.

Aantastingen van de kwaliteit van de leefomgeving door orkanen en de daarmee gepaard gaande verwoestingen hebben met zekerheid in hoge mate bijgedragen aan het in aantal teruglopen van de keizeramazone. De orkaan David die eind augustus 1979 met windsnelheden van 305  km/u over het eiland raasde, velde alleen al in de regenwouden naar schatting vijf miljoen bomen.

De bomen die waren blijven staan, waren ontdaan van hun  vruchten, bessen en noten, de voornaamste  voeding van deze vogels. Zelfs op de meest beschutte plekken op Dominica werden vier van de vijf nesten vernietigd door het natuurgeweld. In het noorden van Dominica ging de helft van het bestand verloren, in het zuiden werd vrijwel de gehele populatie geëlimineerd.

In 1980 werd Dominica opnieuw bezocht door een orkaan, weliswaar minder hevig dan David, maar ook toen bleef er van de vruchten aan de bomen vrijwel niets over en heerste er voor het tweede jaar achtereen voedselschaarste.

Veldonderzoek door Dr. Nichols et al. in samenwerking met beambten van de Dominicaanse boscultuur in beide leefgebieden van de keizeramazone, schatte het aantal vogels dat het natuurgeweld had overleefd in 1981 op 40 tot 60 stuks.

Natuurlijke vijanden van de keizeramazone vormen eveneens een bedreiging voor de soort. De belangrijkste predator van deze amazonepapegaai is de buidelrat (Didelphis marsupialis), deze opereert vooral tijdens de nestperiode en rooft de eieren en de jongen uit het nest om er zich mee te voeden. Ook de breedvleugelbuizerd (Buteo platypterus) is een beruchte predator van de jonge keizeramazones. Maar ook de op het eiland voorkomende boa’s (Boa constrictor) en ratten (Rattus rattus) vormen een bedreiging voor de soort.

Gelukkig lijkt de smokkel van deze amazonepapegaaien voor de internationale vogelhandel nog nauwelijks  voor te komen.

De jacht op deze vogels werd al in 1914 wettelijk verboden. Handhaving van de wet vormde jarenlang een probleem, maar is thans onder controle gebracht, sinds 1981 zijn er eigenlijk geen aanwijzingen meer, dat de vogels nog bejaagd worden.

Een bijkomende oorzaak van de dreigende teloorgang van de keizeramazone is de kleine leefruimte. Het eiland Dominica heeft een oppervlakte van 751 km2. De beide broedgebieden van deze vogels beslaan samen een oppervlakte van ongeveer 50 km2. Er zijn voorbeelden genoeg aan te halen waaruit blijkt, dat populaties van vogels met een dergelijke kleine leefruimte op de lange duur nauwelijks kans hebben te overleven.

Dominica kent echter een breed programma voor het behoud van zijn flora en fauna dat naar verluid ook wel succes heeft. De populatie die in 1981 op hooguit 60 exemplaren werd geschat is inmiddels weer gestegen tot een aantal van tussen de 200 en 250 stuks. Laten we hopen dat men deze stijgende lijn kan vasthouden.

Zoals het er nu voorstaat wordt de soort nog steeds met uitsterven bedreigd.

CITES Appendix I

 

Europese regelgeving inzake het bezit van en de handel in bedreigde in het wild voorkomende dier- en plantensoorten

De keizeramazone is opgenomen in de Bijlage A van de Europese Basisverordening. In de Basisverordening (EG) nr. 338/97 zijn de regels gesteld omtrent invoer, uitvoer, wederuitvoer, doorvoer, eigendomsoverdracht en commerciële handelingen.

De volledige tekst van de Basisverordening kan men vinden op www.hetinvloket.nl

 

Leefwijze

Keizeramazones  voeren een teruggetrokken leven in de hoge boomkruinen van het vrijwel ontoegankelijke regenwoud in de hogere berggebieden. Het zijn schuwe vogels die moeilijk zijn te benaderen. Keizeramazones zijn cultuurvlieders. Ze komen dan ook niet voor op plaatsen waar de mens zich heeft gevestigd. Tussen het groen van de hoge bomen zijn ze door hun sterk camouflerend werkend vederkleed, nauwelijks waar te nemen.

Als men ze al eens te zien krijgt, dan meestal paarsgewijs of in een groepje van drie, soms vier. Men heeft ze ook wel eens gesignaleerd tussen een kleine vlucht blauwkopamazones (Amazona arausiaca), die in hetzelfde gebied op het eiland voorkomen.

De vogels foerageren gewoonlijk hoog in de bomen, waarbij ze voortdurend met een grote verscheidenheid aan stemgeluiden onderling contact houden. ’s Morgens tussen 6 en 10 uur en ’s

middags tussen 16 en 19 uur zijn ze het meest actief. Aan het einde van de ochtend en tijdens de vroege middaguren, als de temperatuur het hoogst is, trekken ze zich terug in het dichte bladerdak om te rusten. ’s Nachts roesten ze bijna altijd in een hoge rubberboom of een soort tamme kastanje (Sloanea berteriana). Net als bij ons de kauwtjes gebruiken ze als ze gaan roesten jaar na jaar steeds dezelfde bomen.  

Het voedsel  van de keizeramazone bestaat uit een breed scala aan vruchten, bessen, zaden, stengels en bloesems van verschillende boomsoorten waaronder Tapura antillana, Dacryodes exelsa, Symphonia globulifera, Pouteria palladia, Richeria grandis, Simarouba amara, Licania ternatensis, Chimarrhis cymosa en Amanoa caribaea. Naast de vruchten van Euterpe dominicana en Euterpe globosa eten ze bij  voorkeur graag  de jonge scheuten van deze bergpalmsoorten.

 

Het broedseizoen in de wildbaan loopt van februari tot eind juni met als piek de maanden maart, april en mei wat samenvalt met het droge seizoen een periode met een rijk en gevarieerd voedselaanbod wat voor de vogels een voorwaarde is om in broedstemming te komen.

De vogels nestelen in holtes dikwijls op meer dan 20 m hoogte in de stam van de in hun leefgebied aanwezige woudreuzen, vaak een kastanjeachtige (Sloanea caribaea). Zo’n nestboom is vaak meer dan 65 m hoog; de stam heeft op borsthoogte een diameter van wel 3 m;  de doorsnede van het bladerdak bij de onderste vertakking heeft een doorsnede van soms wel 50 m. De nestholtes hebben een diepte van tussen de 75 en 90 cm en een ingang tot de nestholte van ca. 30 doorsnede, menigmaal nog groter. Vanaf de grond is de ingang van de nestholte vrijwel niet te zien omdat de boomstammen vaak sterk begroeid zijn met epifyten zoals   clusiasoorten, zijnde klimmende of rankende planten vaak met luchtwortels, vogelnest anthuriums (Anthurium hookeri) en ficussoorten.

Keizeramazones broeden slechts om het andere jaar. Het legsel bestaat uit één of twee eieren. Ook als het legsel uit twee eieren bestaat, komt meestal slechts één jong tot volledige zelfstandigheid. De pop broedt alleen. De exacte broedduur is niet bekend, maar ligt ergens tussen de 26 en 28 dagen. De jongen worden door beide oudervogels verzorgd. Uit veldonderzoeken  is tot op heden niet vast komen te staan of de pop steeds eerst door de man gevoerd wordt en dat ze daarna de jongen voert of dat de man ook zelf rechtstreeks de jongen van voedsel voorziet.

Veldonderzoek in 1999 door Dr. P. Reíllo et al. heeft wel aan het licht gebracht dat wanneer er jongen zijn de man de nestholte nooit binnengaat als de pop niet op het nest zit. Dit feit zou kunnen betekenen dat de man de jongen niet rechtstreeks voert. Maar of deze redenering ook klopt?

Het veldonderzoek bracht ook aan den dag dat wanneer de pop de nestholte binnen gaat ze dit steeds doet met de kop naar voren, de man daarentegen draait zich bij de nestingang altijd eerst om en gaat dan achterwaarts naar binnen.

De totale nestduur van de vogels is niet precies bekend, maar Dr. P. Reíllo houdt het op ongeveer 12 weken. Na het uitvliegen, trekken jonge keizeramazones gewoonlijk nog wel een jaar samen met hun ouders op.

 

Avicultuur

De keizeramazone wordt buiten zijn thuisland slechts zeer zelden in gevangenschap gehouden. Het eerste exemplaar was al in 1865 te zien in de dierentuin van Londen. Dan pas weer in 1901 eveneens in Londen. In 1961 ontving de Londense dierentuin nog een keizeramazone te leen van Lord Hailes, de gouverneur van de West-Indische eilanden. Aan het einde van de jaren 1970 bezat het Vogelpark Walsrode (thans Weltvogelpark Walsrode) drie keizeramazones. Een ervan was ondergebracht in een voor het publiek toegankelijke ruimte. De beide andere werden  buiten het zicht van het publiek gehouden met de bedoeling ermee te fokken. De vogels hadden de beschikking over drie natuurbroedblokken. Twee ervan  werden door de vogels volkomen stuk geknaagd. Het derde blok dat op de grond stond had een diepte van 80 cm en een diameter van ongeveer 40 cm. In de jaren 1979, 1980 en 1981 zat een van de vogels vanaf mei als een broedende vogel in het broedblok, maar eieren werden er niet gelegd. Naderhand bleek dat beide vogels mannen waren.

Keizeramazone krijgen een rijke variatie aan groente en fruit aangevuld met stukjes onrijpe nog melkachtige maïskolven en een weinig gekiemde zonnebloempitten. De vogels baden verschillende keren per dag en laten zich ook graag beregenen.

In het Parrot Conservation Research Centre (PCRC), gevestigd in de Dominicaanse hoofdstad Roseau worden sinds 2000 een drietal koppels in gevangenschap gehouden. In 2006 produceerde een van de poppen een legsel van twee eieren. Deze bleken echter onbevrucht te zijn.       

Er zijn tot op heden geen broedresultaten met de keizeramazone behaald.

 

Mutaties: geen

 

Tekst: H.W.J. van der Linden