Genus NYMPHICUS Wagler, 1832

VALKPARKIETEN

Nymphicus hollandicus (Kerr, 1792)

Valkparkiet

Verspreidingsgebied: Vrijwel het gehele binnenland van Australië, met uitzondering van de noordoostelijke hoek van Queensland.

Soortbeschrijving

Formaat: 34 cm.

Man: masker en kuif diepgeel, uitgezonderd de lange kuifveren die een grijze schacht hebben en aan de top een mengeling van grijs en geel tonen. Aan weerszijden van de kop, geheel omgeven door het geel van het masker, bevindt zich een vrijwel ronde scherp afstekende helder oranjerode oorvlek ter grootte van een eurocent. Het geel van het masker begint aan de achterzijde van de kuif en loopt vandaar in een gelijkmatige boog tot voorbij de oranje oorvlek en vervolgens via de hals naar de keelstreek, ca. 12 mm onder de snavel; tussen de achterzijde van het gele masker en de algemene lichaamskleur is veelal een smalle witte overgangszone aanwezig.

Algemene lichaamskleur grijs; schedel, achterkop en nek donkergrijs geleidelijk overgaand in donkerleigrijs op mantel, vleugeldek, rug, stuit en bovenstaartdekveren; borst, buik, flanken, dijen en anaalstreek neutraalgrijs. Vanaf de vleugelbocht, op enige afstand van de buitenste vleugelrand, tot aan de grote vleugelpennen loopt een ongeveer vingerbrede scherp afstekende, witte band langs de gehele vleugel. Grote slagpennen asgrijs, naar de uiteinden toe overgaand in donkerleigrijs.

Bovenzijde primaire staartveren asgrijs met grijszwarte schacht en staarttippen. Bovenkant secundaire staartveren donkerleigrijs. Onderaanzicht van de staart grijszwart. Ogen zwart met donkerbruine iris. Snavel donkergrijs; neusdop lichtgrijs. Poten grijs; nagels donkergrijs.

Pop: lijkt in grote trekken op de man. Masker en kuif tonen echter een mengeling van grijs en geel waarbij het grijs de overhand heeft; alleen een smal gedeelte van het voorhoofd is nagenoeg heldergeel. Ook de oranjerode oorvlekken zijn doorspekt met grijs. De algemene lichaamskleur is een nuance lichter dan die van de man. Ongeveer op het midden van het onderlichaam begint een vage onregelmatige bleekgele dwarstekening, die zich in de richting van de staart geleidelijk aan duidelijker manifesteert en zich uitstrekt over buik, flanken, dijen, anaalstreek en onderstaartdekveren, alsmede over de stuit en de bovenstaartdekveren. Over de witte vleugelbanden ligt een geel waas. Bovenzijde primaire staartveren asgrijs met een zeer vage onregelmatige dwarstekening (visgraattekening); onderzijde primaire staartveren grijszwart. Boven- en onderzijde secundaire staartveren diepgeel met onregelmatige donkerleigrijze dwarstekening.

Algemene info

De valkparkiet wordt na de grasparkiet van alle kromsnavels het meest gehouden en waarschijnlijk ook gefokt. De in gevangenschap gehouden valkparkieten zijn volledig gedomesticeerd. Bij uitstek geschikt voor de beginnende vogelhouder.

Wet budep

De valkparkiet valt niet onder de wet en dus ook niet onder de administratieregels. Mag dus vrij gehouden worden, zowel geringd als ongeringd.

Gedrag

Sterke vogel, weinig koude gevoelig; zeer verdraagzaam tegenover soortgenoten, grasparkieten en kleinere vinkensoorten, ook in de broedtijd; weinig knaaglustig; stemgeluid klinkt aangenaam en melodieus en is niet storend. Hangen bij regen in alle standen aan het gaas om te douchen. Snelle vlieger. Past zich snel in een nieuwe omgeving aan. Wantrouwend van aard.

Huisvesting en verzorging

Gemakkelijk te verzorgen vogels die men op verschillend manieren kan huisvesten. Paarsgewijs in een ruime broedkooi; minimale afmetingen (lxdxh) 120 x 60 x 100 cm. Bij voorkeur in een buitenvolière met een aangebouwde vocht- en tochtvrije schutruimte; minimale afmetingen volière (lxbxh) 2 x 0,8 x 2 m, het nachthok 1 x 0,8 x 2 m. Men kan valkparkieten ook met meerdere paren tezamen in een grote volière onderbrengen, ook tezamen met een paartje neophema’s, verschillende vinkachtigen of een aantal grasparkieten. Voor de gezelschapsvolière minimaal 1,5 vierkante meter bodemoppervlakte per paar aanhouden. Valkparkieten zijn ook geschikt om als huisdier te worden gehouden in een ruime kooi binnenshuis. De vogel moet dan wel in de gelegenheid gesteld worden dagelijks gedurende enige tijd in de kamer rond te vliegen. Ofschoon valkparkieten geen echte baders zijn en zich veelal beperken tot het nat maken van borst en buik, dient dagelijks fris badwater te worden aangeboden. Valkparkieten laten zich wel graag beregenen; eventueel sproeiinstallatie aanbrengen. Regelmatig verse takken van wilgen, fruit- en elzenbomen aanbieden, ook iep en meidoorn zijn geschikt.

Voeding

Zaadmengsel voor valkparkieten; tijdens de fok- en ruiperiode: 15% zonnebloempitten, 5% hennep, 8% gepelde haver, 45% La Plata millet, 20% witzaad, 4% negerzaad, 3% boekweit; in de rustperiode 12% zonnebloempitten, 2% hennep, 4% gepelde haver, 60% La Plata millet, 17% witzaad, 2% negerzaad, 3% boekweit.

Dagelijks moet vers drinkwater, maagkiezel en grit ter beschikking staan. Regelmatig eivoer geven, in de broedtijd tenminste eenmaal per dag eivoer verstrekken. Dagelijks een weinig groenvoer aanbieden zoals het blad van de paardenbloem, sla en muur, maar niet te veel, aangezien valkparkieten weinig drinken en bij een overmatige groenvoerverstrekking te veel vocht binnenkrijgen. Hetzelfde geldt voor gekiemd zaad.

Fok

Valkparkieten zijn buitengewoon broedwillig en de fok lukt dan ook vrijwel altijd. Hoewel de vogels na een jaar geslachtsrijp zijn, verdient het aanbeveling met de fok te wachten tot de vogels tenminste 18 maanden maar liever nog 24 maanden oud zijn. Dergelijke volgroeide dieren kunnen, mits ze verder goed verzorgd worden, als fokvogel gemakkelijk 4 à 5 jaar mee en menigmaal nog veel langer. In de legsels van jonge broedstellen zijn vaak 50% of meer van de eieren onbevrucht.

Het broedproces wordt gunstig beïnvloed wanneer de paren elkaar kunnen zien en horen. Broedbegin vanaf begin maart, is echter ook afhankelijk van de temperatuur in de ruimte waarin de vogels verblijven, zodat in licht verwarmde binnenverblijven vrijwel het gehele jaar kan worden gebroed. Valkparkieten hebben geen bepaalde voorkeur wat betreft de nestgelegenheid; ze broeden zowel in natuurstammen als in zelf gemaakte broedkasten, zowel horizontaal als vertikaal uitgevoerd. De bodemoppervlakte moet ongeveer 25 x 25 cm zijn, de hoogte ca. 40 cm; diameter invlieggat 6 cm. Op de bodem een laag vermolmd hout, grof dennenzaagsel, spaanders en schaafsel van zachte houtsoorten of een mengsel van dit alles aanbrengen. Nestkast in het beschutte gedeelte van de volière ophangen; tenminste twee nestkasten per koppel. Wanneer de vogels in broedstemming komen, kiest de man het nest uit.

De eieren worden om de andere dag gelegd. De grootte van het legsel varieert gewoonlijk van 3 tot 7 eieren, soms oplopend tot 10 stuks, in aantal oplopend al naargelang de leeftijd van de pop. Valkparkieten broeden bij toerbeurt. De mannen gewoonlijk van de vroege ochtend tot ver in de namiddag, de overige tijd neemt de pop voor haar rekening. De broedduur per ei is 21 dagen. Ringmaat 5,4 mm Nesttijd ongeveer 5 weken. Beide ouders voeren. De jongen niet eerder van de ouders scheiden voordat zekerheid bestaat dat ze zich zelfstandig kunnen redden en dat is gewoonlijk na 45 dagen het geval.

Valkparkieten zijn goede pleegouders voor legsels en jongen van kaketoesoorten tot op een leeftijd van ca. drie weken.

Mutaties

Ino: geslachtsgebonden recessief

Cinnamon: geslachtsgebonden recessief

Gepareld: geslachtsgebonden recessief

Witkop: autosomaal recessief

Bont: autosomaal recessief

Fallow: autosomaal recessief

Geelwang: autosomaal recessief

Tekst: H.W.J. van der Linden

E-mail: hvdlinden@gmx.net