Genus NANDAYUS Bonaparte, 1854

NANDAYPARKIETEN

 

Nandayus nenday (Vieillot, 1818)

Nandayparkiet

Verspreidingsgebied: Zuidoost-Bolivia, Paraguay, het zuiden van Brazilië en het noorden van Argentinië.

Soortbeschrijving

Formaat: 30 cm.

Man en pop: de kop met uitzondering van de oorstreek is zwart. De kleurafscheiding met de algemene lichaamskleur is echter nergens scherp, wat het meest opvalt in de nek en bij de wangen. Algemene lichaamskleur groen; nek, oorstreek, halszijden, mantel en vleugeldek donkergrasgroen; rug, stuit, buik flanken en anaalstreek grasgroen. Het groen van bef en borst is sterk blauw bewaasd (groene veertjes met blauwe omzoming). Het onderste gedeelte van de dijen is helderrood. Hand- en armpennen groen met donkerblauwe buitenvlag. Bovenzijde grote staartveren olijfgroen met donkerblauwe uiteinden; onderzijde grijszwart. Boven- en onderstaartdekveren grasgroen. Snavel zwart met grijze neusdop; de bovensnavel toont op het snijvlak een diepe inkeping, is vrij lang en sterk gebogen. De ogen zijn zwart met donkerbruine iris; naakte oogring grijs. Poten vleeskleurig; nagels zwart.

Algemene info

De nandayparkiet wordt door de liefhebbers van Zuid-Amerikaanse parkieten relatief veel gehouden. De soort wordt nog regelmatig ingevoerd. De verzorging is niet moeilijk en er wordt regelmatig mee gefokt. Ook geschikt voor beginnende vogelhouders.

Wet budep

Behoort tot de kwetsbare soorten; valt onder artikel 3a Wet budep/Lijst II, echter geen administratieplicht.

Gedrag

Sterke vogel, niet bijzonder gevoelig voor ziekten; in het begin wat schuw, maar went snel aan verzorger. Verdraagzame vogel, ook in de broedtijd gewoonlijk weinig agressief, uitzonderingen daargelaten. Behoorlijk luidruchtig vooral ís morgens en ís avonds en in het bijzonder als er onraad is o.a. als vreemden de volière naderen. Sterke knager, hiermee rekening houden bij de bouw van de volière. Baden graag. Broedlustig.

Huisvesting en verzorging

Paarsgewijs in metalen volière met aangebouwd vorstvrij te houden nachtverblijf, minimale afmetingen achtereenvolgens (lxbxh) 3 x 1 x 2 m en 2 x1 x 2 m. Bij matige en strenge vorst vogels ís nachts in binnenverblijf opsluiten. Nandayparkieten slapen in broedblok of nestkast; deze in binnenverblijf ophangen, maar zodanig dat de vogels er nog bovenop kunnen zitten. Bij voorkeur dikwandige natuurbroedblokken gebruiken, ofschoon ze ook zelf vervaardigde nestkasten wel accepteren. Nandayparkieten kan men ook in kolonieverband houden; in dat geval tenminste 2 vierkante m bodemoppervlakte per koppel aanhouden, de broedresultaten zijn dan echter doorgaans minder. Dagelijks fris badwater aanbieden, beregenen kan ook; eventueel regeninstallatie aanbrengen. Van tijd tot tijd voor verse knaagtakken zorgen.

Deze vogels zijn naar mijn mening niet geschikt voor in huis in een kooi.

Voeding

Het voedsel bestaat voor ongeveer 60 procent uit een gevarieerd zaadmengsel voor grote parkieten, tijdens het broedseizoen de zaden ook in gekiemde toestand aanbieden. 30 procent van het voedsel bestaat uit allerhande fruit, groenten en wilde planten afhankelijk van het seizoenaanbod, ook halfrijpe maïs, en lijsterbessen. 10 procent bestaat uit eivoer, in melk geweekt oud brood en af en toe enkele gedroogde garnalen waar ze verzot op zijn.

Fok

Lukt regelmatig en verloopt gewoonlijk voorspoedig. Het grootste probleem is het samenstellen van een broedpaar. Geslachtsonderscheid is er niet en om te voorkomen dat men twee mannen of twee poppen tezamen zet, kan men de vogels het beste endoscopisch op hun sekse laten onderzoeken. Fokvogels moeten als regel 3 jaar oud zijn, maar er zijn ook gevallen bekend van broedparen die al op een leeftijd van 1 jaar jongen op stok hebben gebracht. Deze vogels hebben, als ze kunnen kiezen, de voorkeur voor een natuurbroedblok. Deze moet een diameter van ca. 25 cm hebben en een hoogte van 40 cm; doorsnede invlieggat 7 cm. Gebruik natuurstammen van minimaal 5 cm wanddikte daar de vogels tijdens de broedperiode de nestkast van binnen uit afknagen. Om die reden dienen zelf gemaakte nestkasten ook ongeveer dezelfde wanddikte te hebben. Op de bodem een laag vermolmd hout of houtsnippers aanbrengen. Broedbegin meestal vanaf mei. De eieren worden om de andere dag gelegd, legselgrootte gewoonlijk drie tot zes eieren, soms zeven. Hoge bevruchtingsgraad. De pop broedt alleen, een taak waarmee ze meestal vanaf het tweede ei begint; broedduur 23 à 24 dagen; nesttijd gemiddeld 7 weken. Ringmaat 6 mm. Na het uitvliegen worden de jongen nog wekenlang door de ouders gevoerd, maar ook daarna kunnen ze gerust bij de ouders blijven want ze worden niet vervolgd. ís Nachts kruipen de jongen zelfs bij hun ouders in het blok om er te slapen.

Tijdens het broeden blijft de man in de buurt van het nest, meestal op het broedblok, ís nachts houdt hij de pop op het nest gezelschap.

Mutaties: geen.

Tekst: H.W.J. van der Linden

E-mail: hvdlinden@gmx.net