DE SOLDATENARA

De soldatenara (Ara militaris) werd reeds in de negentiende eeuw in gevangenschap gehouden. Ruß maakte in 1882 over deze vogel de volgende notitie: "Tegenwoordig ziet men hem af en toe in de vogelhandel en op tentoonstellingen; de meer bekende dierentuinen hebben hem allemaal en hij schijnt het daar goed uit te kunnen houden, want in Frankfurt am Main leeft een soldatenara al ongeveer 15 jaar. In de dierentuin van Hamburg zit er een ongeketend op de zitstok en hij denkt er niet over er vandoor te gaan. Bij de groothandel komen deze roodvoorhoofdara’s in verschillende groottes voor en de wetenschapsmensen die zich met de systematiek bezighouden hebben hem daarom in twee soorten gescheiden. Voor de liefhebberij heeft dit echter geen betekenis, eventueel kan men naar believen een grote of kleine soldatenara kopen.

Herkomst

Noord- en Centraal Mexico, het noordwesten van Venezuela, West-Colombia, Noordoost-Ecuador en Noord-Peru, meer zuidwaarts ook Zuid-Bolivia en het uiterste noordwesten van Argentinië

Soortbeschrijving

Formaat: ongeveer 70 cm.

Man en pop: algemene lichaamskleur groen; het groen van de kop iets lichter dan de rest, de achterkop blauwachtig bewaasd; het rug- en vleugeldek ietwat olijfgroenachtig getint. Vleugelbocht, vleugelrand, buitenste arm- en handpennen lichtblauw. Het voorhoofd is rood, evenals het uit kleine veertjes gevormde streeppatroon op de naakte teugels en de omgeving van de ogen. De eveneens onbevederde ietwat roze getinte witte wangen vertonen een door groenachtig zwarte veertjes gevormde streeptekening. Keelstreek en een smalle strook langs de onderzijde van de naakte wangen olijfbruin. De onderrug, de stuit en de onder- en bovenstaartdekveren zijn lichtblauw. Bovenzijde grote staartveren roodbruin met lichtblauwe uiteinden; onderzijde van de staart olijfgeel. Donkere ogen met gele iris. Snavel grijszwart. Poten donkergrijs; nagels grijszwart.

Ondersoorten

Men onderscheidt drie rassen. Het zojuist beschreven nominaatras, A. m. militaris, bewoont Noordwest Venezuela, West-Colombia, het noordoosten van Ecuador en Noord-Peru. Het ras A. m. mexicana lijkt qua kleur en tekening op het nominaatras, maar is wat forser. Deze ondersoort komt alleen voor in Mexico. De A. m. boliviana bewoont het zuiden van Bolivia en Noordwest-Argentinië. Onderscheidt zich van de nominaatvorm door een min of meer roodbruine keelstreek. Bovendien hebben de veertjes van de oorstreek een roodachtige veerbasis en is het blauw in de vleugels en aan de staartuiteinden een nuance dieper van kleur.

Biotoop

De soldatenara is een bewoner van het droge en halfdroge landschap. Bewoont zowel het vlakke open bos als de met dennen en eiken begroeide berghellingen en ravijnen in meer bergachtige streken. Het tropische regenwoud wordt als regel gemeden. Deze vogels voeren min of meer een nomadenbestaan waarbij ze zich richten naar het plaatselijke voedselaanbod. De vogels vormen gewoonlijk kleine groepen van 10 tot 30 stuks. Bij het krieken van de dag trekken ze erop uit om te foerageren. Het voedsel bestaat uit allerlei zaden, bladknoppen, bessen en vruchten die de vogels in hoofdzaak in de boomtoppen vergaren.

De broedtijd valt – al naargelang de streek – tussen maart en juli. Het nest bevindt zich in een holte hoog in de bomen. Flemming en Baker (Forshaw 1973) geven details van een nest dat in de omgeving van Durango, Mexico, werd gevonden. Het nest bevond zich in een afgestorven dennenboom ongeveer 20 m boven de grond. De nestholte, die oorspronkelijk door een specht was uitgehold, had een binnenwerkse diameter van 33 cm; de bodem was bedekt met een laag grove houtspaanders. Het legsel bevatte twee eieren die nog maar korte tijd bebroed waren.

Avicultuur

Ofschoon zoals u aan het begin van dit artikel hebt kunnen lezen, deze ara al zeer lang bekend is, is deze intelligente vogel nooit echt populair geworden. Dit zal voor een deel wel te maken hebben met het wat minder opvallende verenpak van deze ara in vergelijking met andere arasoorten. Andere opvallende minpunten die deze ara stellig minder populair gemaakt hebben, zijn de buitengewone luidruchtigheid en knaaglust. Wat hun stemgeluid betreft, overtreffen ze de andere arasoorten ruimschoots en men kan ze eigenlijk alleen buiten houden als men ergens achteraf in een landelijke omgeving woont. Natuurlijk heeft deze ara ook prettige eigenschappen. Hij is liergierig, een waar imitatietalent – zoals reeds opgemerkt, buitengewoon intelligent.

 

Huisvesting

Zoals ik reeds opmerkte, is de soldatenara berucht om zijn knaaglust. Dientengevolge zijn ten aanzien van de constructie van het verblijf speciale voorzieningen noodzakelijk. Het nachthok dient uit steen opgetrokken te worden. Tegen de sterke snavels is namelijk geen enkele houtsoort bestand. De volière zelf kan men daarom ook het best van ijzer maken. Het gaas dient van een zware kwaliteit te zijn. Erg geschikt is het zogenaamde golfgaas, draaddikte 4 mm, maaswijdte 50 mm. Ook bouwmatten van ongeveer dezelfde draaddikte en maaswijdte zijn goed bruikbaar. De eet- en drinkbakken dienen van metaal of steen te zijn en zodanig bevestigd te worden dat de vogels ze niet om kunnen gooien. Hardhouten zitstokken gebruiken.

Sommige kleine ara’ s gebruiken nestkasten om te slapen; de grote soorten slechts zelden. Voor de soldatenara heeft men alleen een nestblok nodig als men met de vogels wil fokken.

Behalve een bad laten deze vogels zich ook graag nat regenen. Een stenen badgelegenheid dient aanwezig te zijn, een regeninstallatie is aan te bevelen.

Voeding

Ara’s staan te boek als zaadeters en ofschoon dit in principe ook wel zo is, zijn toevoegingen van zachtvoeders, dierlijk eiwit, vers fruit en groenten onontbeerlijk. Deze grote ara’s eten graag noten en deze mogen heel gegeven worden o. a. walnoten, amandelen, hazelnoten en paranoten kunnen dagelijks bij het zaadmengsel worden aangeboden. Ook in de keus van groenten en fruit zijn ze weinig kieskeurig.

Kenton C. Lint, die bijna 30 jaar verantwoordelijk was voor de vogels van de beroemde San Diego Zoölogical Gardens geeft voor ara’s het volgende voedingsadvies. Dagelijks 15 gram keuze uit tarwe, maïs, saffloer, een geregelde afwisseling is zeer wenselijk. Voorts 15 gram gemengde noten. Afwisseling van de navolgende soorten is aan te bevelen: amandelen, paranoten, walnoten, Amerikaanse noten. 15 gram verse hondenbrokken; dezen moeten hard en vers zijn. 40 gram in partjes gesneden gemengd fruit, d.w.z. een en keuze uit banaan, sinaasappel, zoete appel, peer, pruim, kers; 20 gram kolfmaïs; 15 gram wortel; 20 gram groenvoer zoals sla, andijvie, boerenkool, muur, toppen van brandnetel; gekiemd zaad, vooral haver. Verder moeten de vogels vrijelijk de beschikking hebben over fris drinkwater, maagkiezel en grit.

Fok

Met de soldatenara is tot nu toe slechts incidenteel in gevangenschap gefokt. De eerste keer in 1963 in de dierentuin van Wellington, Nieuw-Zeeland. Een jong kwam op stok. In 1964 kwamen in de diergaarde van Fort-Worth, Texas twee jongen op stok. Het eerste broedresultaat in Europa staat op naam van de diergaarde in Oost-Berlijn; in 1974 één jong, in 1975 twee jongen. In 1978 lukte de fok met de soldatenara in Bush Gardens, Florida. Hier kwam een jong op stok in een kleine buitenvolière van slechts 1,20 m in het vierkant en 1,80 hoog. Paul Springman te Bronsville, Texas, fokte met deze vogels in een volière van 6 m lengte, 1,80 breed en 2.10 hoog. De vogels nestelden in een 200 liter vat van metaal, waarvan aan een zijde ongeveer de helft was weggesneden. Het vat lag op zijn kant en was gevuld met een laag houtkrullen, waarvan de vogels het overtollige naar buiten werkten.

Het legsel bestaat gewoonlijk uit twee eieren, zelden drie. De nauwkeurige broedduur kon tot op heden nog niet worden vastgesteld, maar bedraagt ca. 25-27 dagen. De jongen vliegen op een leeftijd van 11 tot 14 weken uit. Vier tot zes weken na het uitvliegen zijn de jongen zelfstandig.

De grootste moeilijkheid bij de fok van ara’s is het geslachtsonderscheid. Ofschoon van sommige aramannen de kop, de poten en de snavel forser zijn dan die van de poppen, geeft dit geen zekerheid. Ook de manier waarop de vogels met elkaar omgaan biedt weinig houvast. Lang te samen gehouden echte paren kunnen voortdurend vechten, terwijl twee ara’s van hetzelfde geslacht vreedzaam naast elkaar leven. Een zeker teken is als beide vogels copuleren met hun staart in verticale positie. Wie zekerheid wil over de aard van het geslacht van papegaaiachtigen, raad ik aan zijn vogels endoscopisch op het geslacht te laden onderzoeken, middels een DNA-onderzoek behoort vandaag de dag ook tot de mogelijkheden. Heel wat fokkers hebben jaren verloren doordat ze vogels van hetzelfde geslacht hadden samengebracht.

Het mag dan zo zijn dat er weinig fokresultaten met soldatenara’s zijn behaald, toch heeft men met het fokken van ara’s in het algemeen al veel ervaring opgedaan. Koploper in het fokken van ara’s is Parrot Jungle in Miami, Florida. Dit park bezit ongeveer 200 grote ara’s en men kan er tot in de vijfde generatie en meer in het park gefokte ara’s zien. Over de ervaringen die men daar heeft opgedaan, kom ik nog wel eens terug.

Tekst: H.W.J. van der Linden

E-mail: hvdlinden@gmx.net