Genus Cyanoramphus – kakariki’s

 

5a. Antipoden roodvoorhoofdkakariki of Reischek’s parkiet

Cyanoramphus hochstetteri (Reischek, 1889)

 

Verspreidingsgebied: beperkt tot de Antipoden eilandengroep, ongeveer 860 km ten zuidoosten van het eiland Stewart.

 

Soort beschrijving

Formaat ongeveer 27 cm

Gelijkend op C. novaezelandiae, maar de algemene lichaamskleur is over het geheel genomen duidelijk geler getint. De rode veervelden zijn meer oranjerood. De primaire  vleugeldekveren en de buitenvlaggen van de slagpennen hebben een zwakke vaalblauwe kleur.

 

Soortbeschrijving

Formaat ongeveer 27 cm.

Man en pop: Voorhoofdsband en kruin oranjerood; de voorhoofdsband loopt via de teugel door tot ongeveer 1 cm achter de ogen. Algemene lichaamskleur geelachtig groen; achterkop, nek, mantel, rug- en vleugeldek geelachtig groen; borst, buik, flanken dijen anaalstreek en onderstaartdekveren duidelijk lichter van tint dan het rug- en vleugeldek. Onderzijde staart grijs. Aan weerszijden van de stuit bevindt zich een oranjerode vlek. De buitenvlaggen van de slagpennen hebben een zwakke vaalblauwe buitenvlag; de duimvleugelveertjes en de primaire vleugeldekveren zijn eveneens flets vaalblauw. De ogen zijn donker en hebben een rode iris. De bovensnavel is bleek staalblauw overgaand in een grijszwarte punt; ondersnavel donkergrijs. De poten zijn grijsbruin, de nagels nagenoeg zwart.

De pop is iets kleiner en wat minder fors dan de man; ook heeft ze een iets kleinere en rondere kop en een smallere snavel. Wat betreft kleur en tekening komen man en pop vrijwel overeen, maar het oranjerood aan de kop is iets minder uitgebreid.

 

Algemene informatie

De Antipoden roodvoorhoofdkakariki leeft op het subantarctische Antipoden eiland onder dezelfde barre omstandigheden als zijn medebewoner: de groene kakariki. Als slaap- en nestplaats dient een holte onder een pol aardkluitgras die ze zelf met hun poten graven. Ook hun voedsel komt nagenoeg overeen. Beide soorten voeden zich graag met grasstengels  van het hoge dichte aardkluitgras (Poa litorosa). De vogels bijten hier een stuk stengel van ongeveer 25 cm  vanaf, houden het met een poot vast en laten het vervolgens al kauwend van het ene eind na het andere door de snavel gaan. Het voedsel bestaat verder uit graszaden, bessen en bloesems.

Het meest opmerkelijk is dat op een eiland van nauwelijks 20 vierkante kilometer twee verschillende parkietensoorten die tot hetzelfde geslacht behoren met vrijwel dezelfde voedsel- en leefgewoonten in goede harmonie samen wonen. Er zijn geen meldingen van hybridisatie. De zeer beperkte leefruimte  van beide soorten op een enkel eiland maakt beide soorten kwetsbaar. Natuurlijke verstoringen van hun biotoop op dergelijke kleine locaties kunnen desastreus aflopen. Maar ook ingrepen van de mens zoals het binnenslepen van scheepsratten hebben al  vaker bijgedragen aan de decimering en menigmaal volledige verdwijning van vogelsoorten op een aantal van zulke eilandjes.

 

Avicultuur: De soort komt, voor zover bekend, niet in avicultuur voor.

 

Tekst: H.W.J. van der Linden